vrijdag 20 januari 2012

Lijnen door de tijd


‘Het was leuk, maar het duurde te kort’, zei iemand toen slechts een select groepje achterblijvers rond twaalf uur de avond evalueerde. Hoewel de spreker vond dat wij meer tijd voor de reünie uit hadden moeten trekken, zakte ik met een tevreden gevoel in mijn stoel. We waren zes uur verder. Leuke dingen moeten lang duren, maar als ze te lang duren, zijn ze niet meer leuk.

Het was geweldig om iedereen weer te zien. Twintig jaar voorbij en toch leek het alsof we zojuist nog samen een roze koek hadden gegeten in de kantine. Docent Van Haperen leefde voort als de leraar die ons had vermaakt met de ontploffing van een opstelling reageerbuizen en erlenmeyers. Mevrouw Slingerland was opnieuw het centrum van hilariteit nu tafels – die ondertussen allang roemloos op een onbekende vuilnisbelt liggen te beschimmelen - in de herhaling opnieuw met pindakaas werden beplamuurd.

Het was heerlijk. De prille liefde voor een klasgenote die een tafel verder nietsvermoedend zat te keuvelen met andere oud-klasgenoten werd door een buurman uit de mottenballen gehaald. De eerste roemrijke dronkenschap tijdens een schoolreis - die door vele onopgemerkte bacchanalen zou worden gevolgd – werd opgediept uit het collectieve geheugen.

Het was zalig. Wij voelden ons ingebed in een gezamenlijk verleden. Terwijl de tijd ruw en onvoorspelbaar voortschreed, herleefde een veilige, afgebakende periode waaraan nooit meer iets kon veranderen. Alles zou daar voor altijd het zelfde blijven. Iedereen was ondertussen iemand anders, maar die gedeelde voltooid verleden tijd lag daar ingebed in de diepe kleilagen van ons bewustzijn.

Het was leuk, maar het duurde te kort.

Wij gingen uiteen en schreven verder aan nieuwe, ongewisse lijnen door de tijd.

zaterdag 14 januari 2012

The art of fart

Met een niet nader te noemen vriend (naam en adres bij de redactie bekend) zat ik een paar jaar geleden in het café van Hotel Bosch in Arnhem. We hadden zojuist gedineerd bij Mexicaans restaurant ‘Psst Amigo’, door ons ook wel ‘Prrt Amigo’ of ‘Pfft Amigo’ genoemd. Wellicht dat de lezer deze annexen overbodig vindt, maar in het licht van de gebeurtenissen die nog in het verschiet lagen, zullen het nuttige toevoegingen blijken.

Er mocht in die dagen nog gepaft worden in de landelijke horeca, maar de rook kon niet verhinderen dat mij op enig moment een verontrustende geur ter neuze kwam. Het vermoeden dat mijn kameraad hier iets mee uitstaande had, werd al gauw bevestigd door zijn gegrinnik.

“Prrt Amigo, hè”, voegde hij verontschuldigend toe.

“Kun je dat niet ergens anders doen?” vroeg ik geërgerd, aangezien hij ook de verdenking op mij laadde. Desondanks rook ik even later weer de geur van biogas…

“Kerel, kappen nou!”

Er waren geen tafels meer vrij in het café en even later vroeg een jongen of hij en zijn vriendin bij ons aan mochten schuiven. Sympathieke lui. Hij zag er erg verzorgd uit -niet direct een type voor Hotel Bosch- zij had een wat artistieker voorkomen. We raakten aan de praat. De jongen bleek mij te kennen van de middelbare school –hij zat een paar klassen lager- en al gauw voerden wij een geanimeerd gesprek over oud-docenten, klasgenoten en wat er van hen en ons geworden was.

Op een zeker moment viel mij op dat de hand van mijn kompaan quasi-nonchalant de aansteker van het meisje van tafel pakte. Dat bevreemdde mij aangezien hij helemaal niet rookte. Ik zag de aansteker onder de tafel verdwijnen. Ik zag vervolgens uit mijn ooghoeken hoe hij een bil lichtte, hoe de aansteker flitste en hoe een blauwe vlam langs zijn kontzak likte!

“Wat flik je me nou, man?” siste ik.

“Ah, joh, das toch veel beter? Zo ruik je ze niet!” antwoordde mijn makker, zich schijnbaar van geen kwaad bewust.

Even later zag ik hoe hij de affakkeltruc nog eens herhaalde. Ik keek hem vernietigend aan, maar dat leek hem niet te deren. Onze tafelgenoten hadden niets in de gaten. Er werd bier bijbesteld en de jonge vrouw begon net te vertellen over haar werk als psychologe toen ik de hand van mijn kameraad zich weer richting aansteker zag begeven.

“En nu is het genoeg”, zei ik hardop. “Nu is het afgelopen!”

Onze kersverse vrienden keken verbaasd en vroegen wat er aan de hand was, waarop ik besloot dat het tijd werd voor wat ‘naming and shaming’. Een bekende pr-wet is dat je beter zelf het slechte nieuws naar buiten kunt brengen dan te wachten tot het publiek er zonder jou achter komt. Dus ik zei:

“hij zit hier steeds zijn winden aan te steken met jouw aansteker en ik schaam me dood!”

“Dat meen je niet?!” zei de jonge psychologe verbijsterd. Ik begon even te twijfelen aan de zojuist genoemde pr-wet, maar ze vervolgde tot mijn verrassing enthousiast: “Geweldig! Echt waar? Ik dacht dat zoiets alleen in tekenfilms kon! Laat zien!”

Op dat moment had een oplettende observant vier verschillende gezichtsuitdrukkingen kunnen waarnemen: enthousiasme bij de vrouw, gène bij haar partner, verbazing bij mij en welwillendheid op het gelaat van mijn kameraad. Zonder een ogenblik te aarzelen schoof hij zijn stoel naar achteren en demonstreerde onze tafelgenoten de ontbrandbaarheid van een flatus.

Er volgden die avond nog een paar demonstraties waarbij mijn vriend steeds verder in achting steeg bij onze charmante doch toch ook wel aangeschoten rakende tafelgenote. Aan het gezicht van haar partner zag ik dat hij hier geconfronteerd werd met een volstrekt nieuwe kant van zijn geliefde. Misschien ook wel een minder geliefde kant.

Tegen middernacht verlieten wij Bosch. Onze tafelgenoten bleven nog even, hoewel de jonge psychologe ondertussen toch wel het predikaat ‘dronken’ verdiende. Haar vriend wilde eigenlijk ook wel weg, maar zij was nog niet uitgefeest.

“Leuke meid.” zei mijn vriend.

“Ja, het is goed.” antwoordde ik. “Lekker figuur ben jij!” Ik was van plan om eens flink boos te worden, maar eigenlijk werden al mijn argumenten me uit handen geslagen toen hij opgetogen zei:

“Je kunt zeggen wat je wil, maar door mij is het best een geslaagde avond geworden!”

zondag 1 januari 2012

37

Het gaat beter dan ooit;
puberteit: eindelijk over!
Een feestje waard,
maar dat past niet meer.

Rust, reinheid, regelmaat:
ik kom tot dingen!
... ik werk en fiets
met kinderen op-en-neer.

Net maakte mijn hart een hupje.
'Mijn God, is er iets mis?!'
Ik zag alleen een heerlijk meisje...

Als dat de midlife crisis maar niet is!

zaterdag 26 november 2011

Oom Frits

Het valt nog maar te bezien of oom Frits in zijn testament heeft opgenomen dat hij gecremeerd wilde worden. We weten het niet. Het is dan ook al verdomd lang geleden dat Frits het levenslicht zag: 1791. De man is ook al lang dood. Toch zitten wij nu met de brandende kwestie; had hij dit gewild?

Helaas ligt het in de aard van het menselijk lot, dat zij die nog leven uiteindelijk besluiten wat er gebeurt met de overblijfselen van hen die er niet meer zijn. En Frits is niet meer, zoveel is duidelijk. Bovendien ligt het niet voor de hand om aan te nemen dat Frits ooit wilsbekwaam is geweest om deze keuze zelfstandig te maken.

Maar ja, bomen gaan dood. En dan moet je er iets mee. Argeloze wandelaars zouden getroffen kunnen worden door afbrekende takken. De nazaten van Frederik Wilhelm Baron van der Borch moeten zich van dit gevaar bewust zijn geweest, want zij boden zijn stoffelijke resten te koop aan via Marktplaats.

Mijn vriendin zocht brandhout en zo gebeurde het, dat wij vorige week zondag een statig landgoed opreden en daar besloten tot de koop van zes kuub hout. Hout van oom Frits. Een boom die ooit gepoot werd ter ere van de geboorte van eerder genoemde Frederik Wilhelm. Napoleon, Thorbecke, WO I, WO II… Frits zag veel komen en weer gaan.

Deze zomer is hij zelf gegaan. Tweehonderdtien jaar oud. Hij ligt nu in onze achtertuin. Volgend jaar in onze kachel en dan is het: dust to dust and ashes to ashes.


maandag 21 november 2011

Ik moet helemaal niks!

Een niet nader te noemen oud-collega op een niet nader te noemen scholengemeenschap vertelde, dat hij een keer zijn bomvolle postvak zonder te kijken in een vuilnisbak had gekieperd.

Heb ik ook wel eens zin in.

Hoeveel mailtjes ontvang ik niet waarop men antwoord verwacht? Hoeveel ‘belangrijke’ informatie stapelt zich niet op in mijn postvak? Dingen die ik móét lezen en waar ik op móét reageren…

Ik denk wel eens: als ik al zo veel moet, hoeveel moet de directeur dan, hoeveel moeten ministers en hoeveel moeten presidenten? Komen die mensen überhaupt nog aan iets zinnigs toe als ze zo veel moeten? Is er nog ruimte om iets te willen?

Al dat moeten, is niet goed. Daar ben ik van overtuigd; er zou minder moeten worden gemoeten. We worden er willoze radertjes van. Verleren het om zelf na te denken. Komen niet meer aan dingen toe die écht nodig zijn.

Kijk maar om je heen.

Die oud-collega die zijn postvak leegstortte, zette me echt aan het denken. Vooral wat hij erbij zei: “Ik heb er nooit problemen mee gehad; helemaal zero. Er zat niks belangrijks tussen; niemand zei ooit dat ik iets had gemist!”

woensdag 12 oktober 2011

Nat gaan

De regen viel met bakken uit de hemel. Onder een poortje in de binnenstad zocht ik mijn toevlucht tegen het natuurgeweld. Een meisje van een jaar of veertien kwam aanrennen.

“Fucking hell!’’ riep ze.

“Zeg dat wel”, rijmde ik.

“Sorry, I don’t understand you. I’m English”, sprak het meisje.

Het was even stil. Op het kletteren van de regen na.

“What brings you to Zutphen?” vroeg ik.

“An exchange project”, zei het meisje.

“What kind of exchange project?” informeerde ik.

Nu begon het meisje wat te stotteren. Ze leek de weg een beetje kwijt in haar moedertaal. Ze had ook wel een wat Nederlandse tongval, trouwens… Ik stelde nog een paar vragen, maar die werden steeds moeizamer beantwoord.

Het regende nu minder hard, maar onder ons poortje was de stemming wat ongemakkelijk geworden. Ik voelde me er een beetje ingeluisd. Naar de kleur op haar wangen te oordelen, voelde het meisje dat een weinig heroïsche ontknoping nabij was.

“So, you’re English…”, mompelde ik.

“Yes!”, zei het meisje met aan wanhoop grenzende stelligheid.

Ik voelde dat de waarheid weinig aan onze beider levens zou toevoegen.

“Good luck!” zei ik en ging op een holletje naar mijn fiets.

Dan maar nat.

zaterdag 3 september 2011

Blikvanger


Mijn blik werd vandaag tot twee keer toe gevangen door een 'blikvanger' en dat riep allerlei maatschappijkritische gedachten op. Het lijkt zo'n sympathiek stuk straatmeubilair, maar voor mij had 'ie niet uitgevonden hoeven worden. Ik probeerde te bedenken hoe het ding eigenlijk de weg naar onze gedeelde ruimte heeft gevonden. Waarschijnlijk werd er een prijsvraag uitgeschreven door een gemeente die de strijd wilde aanbinden met het toenemende zwerfafval. Iemand stuurde deze uitvinding in...

De wethouder moet eerst nog wat hebben tegengesputterd: "Er vliegt toch heel veel rommel naast zo'n blikvanger? Als een jongere op z'n scooter langs komt scheuren dan mikt hij z'n blikje Red Butt vast niet altijd met een strekworp netjes in die korf..."

Uitvinder blikvanger: "U moet dat anders zien; nu wordt de hele berm als dumpplek gebruikt. Straks concentreert het afval zich rond deze hotspots. Dat ruimt stukken sneller op. Denk aan de kosten, meneer de wethouder. Denk aan de kosten. Het is overigens 'Red Bull'."

De wethouder was ontvankelijk voor het kostenbesparende argument. Hij ging akkoord. De uitvinder kreeg een aanzienlijke beloning voor zijn idee en jubelde nog wat na: "De burger wordt op deze manier 'uitgedaagd' zijn afval weg te werpen. Het brengt een ludiek en tevens sportief element terug in de samenleving enz. enz."

De wethouder was blij. Hij zag zijn populariteit en kans op herverkiezing toenemen met de introductie van deze baanbrekende kijk op afvalmanagement. Bovendien hoefde hij nu die andere betuttelende maatregelen niet uit te voeren. Meer aandacht voor normen en waarden op scholen, had iemand al voorgesteld... Weet je wat dat kost?! En jongeren vinden zoiets helemaal niet leuk. Omgangsvormen zijn uit de tijd. Daar kun je tegenwoordig echt niet meer mee aankomen! Deze blikvanger was een veel sympathieker remedie.

De dochter van de wethouder wierp bij het avondeten nog wel een kleine smet op 's vaders jubelstemming:

"Maar pap, nu heb je toch nog helemaal niks gedaan aan het achterliggende probleem!" Merkte ze op.

Het was even stil geweest in huize wethouder, maar met een quasi terloopse vraag naar 's dochters schoolprestaties had hij die lullige aanval goed weten te pareren. Haar storende opmerking bleef nog wel nazeuren. Maar een goed glas port bracht uiteindelijk de nagalm van deze kinderlijke wanklank tot zwijgen.

En nu staan deze misvuilnisbaksels dus her en der in den lande het weggooien tot sport te verheffen.