Met een niet nader te noemen vriend (naam en adres bij de redactie bekend) zat ik een paar jaar geleden in het café van Hotel Bosch in Arnhem. We hadden zojuist gedineerd bij Mexicaans restaurant ‘Psst Amigo’, door ons ook wel ‘Prrt Amigo’ of ‘Pfft Amigo’ genoemd. Wellicht dat de lezer deze annexen overbodig vindt, maar in het licht van de gebeurtenissen die nog in het verschiet lagen, zullen het nuttige toevoegingen blijken.
Er mocht in die dagen nog gepaft worden in de landelijke horeca, maar de rook kon niet verhinderen dat mij op enig moment een verontrustende geur ter neuze kwam. Het vermoeden dat mijn kameraad hier iets mee uitstaande had, werd al gauw bevestigd door zijn gegrinnik.
“Prrt Amigo, hè”, voegde hij verontschuldigend toe.
“Kun je dat niet ergens anders doen?” vroeg ik geërgerd, aangezien hij ook de verdenking op mij laadde. Desondanks rook ik even later weer de geur van biogas…
“Kerel, kappen nou!”
Er waren geen tafels meer vrij in het café en even later vroeg een jongen of hij en zijn vriendin bij ons aan mochten schuiven. Sympathieke lui. Hij zag er erg verzorgd uit -niet direct een type voor Hotel Bosch- zij had een wat artistieker voorkomen. We raakten aan de praat. De jongen bleek mij te kennen van de middelbare school –hij zat een paar klassen lager- en al gauw voerden wij een geanimeerd gesprek over oud-docenten, klasgenoten en wat er van hen en ons geworden was.
Op een zeker moment viel mij op dat de hand van mijn kompaan quasi-nonchalant de aansteker van het meisje van tafel pakte. Dat bevreemdde mij aangezien hij helemaal niet rookte. Ik zag de aansteker onder de tafel verdwijnen. Ik zag vervolgens uit mijn ooghoeken hoe hij een bil lichtte, hoe de aansteker flitste en hoe een blauwe vlam langs zijn kontzak likte!
“Wat flik je me nou, man?” siste ik.
“Ah, joh, das toch veel beter? Zo ruik je ze niet!” antwoordde mijn makker, zich schijnbaar van geen kwaad bewust.
Even later zag ik hoe hij de affakkeltruc nog eens herhaalde. Ik keek hem vernietigend aan, maar dat leek hem niet te deren. Onze tafelgenoten hadden niets in de gaten. Er werd bier bijbesteld en de jonge vrouw begon net te vertellen over haar werk als psychologe toen ik de hand van mijn kameraad zich weer richting aansteker zag begeven.
“En nu is het genoeg”, zei ik hardop. “Nu is het afgelopen!”
Onze kersverse vrienden keken verbaasd en vroegen wat er aan de hand was, waarop ik besloot dat het tijd werd voor wat ‘naming and shaming’. Een bekende pr-wet is dat je beter zelf het slechte nieuws naar buiten kunt brengen dan te wachten tot het publiek er zonder jou achter komt. Dus ik zei:
“hij zit hier steeds zijn winden aan te steken met jouw aansteker en ik schaam me dood!”
“Dat meen je niet?!” zei de jonge psychologe verbijsterd. Ik begon even te twijfelen aan de zojuist genoemde pr-wet, maar ze vervolgde tot mijn verrassing enthousiast: “Geweldig! Echt waar? Ik dacht dat zoiets alleen in tekenfilms kon! Laat zien!”
Op dat moment had een oplettende observant vier verschillende gezichtsuitdrukkingen kunnen waarnemen: enthousiasme bij de vrouw, gène bij haar partner, verbazing bij mij en welwillendheid op het gelaat van mijn kameraad. Zonder een ogenblik te aarzelen schoof hij zijn stoel naar achteren en demonstreerde onze tafelgenoten de ontbrandbaarheid van een flatus.
Er volgden die avond nog een paar demonstraties waarbij mijn vriend steeds verder in achting steeg bij onze charmante doch toch ook wel aangeschoten rakende tafelgenote. Aan het gezicht van haar partner zag ik dat hij hier geconfronteerd werd met een volstrekt nieuwe kant van zijn geliefde. Misschien ook wel een minder geliefde kant.
Tegen middernacht verlieten wij Bosch. Onze tafelgenoten bleven nog even, hoewel de jonge psychologe ondertussen toch wel het predikaat ‘dronken’ verdiende. Haar vriend wilde eigenlijk ook wel weg, maar zij was nog niet uitgefeest.
“Leuke meid.” zei mijn vriend.
“Ja, het is goed.” antwoordde ik. “Lekker figuur ben jij!” Ik was van plan om eens flink boos te worden, maar eigenlijk werden al mijn argumenten me uit handen geslagen toen hij opgetogen zei:
“Je kunt zeggen wat je wil, maar door mij is het best een geslaagde avond geworden!”