dinsdag 15 mei 2012
Liever een verre vriend...
maandag 2 april 2012
1 april
Gisteren is Tristan naar zijn vader verhuisd. Ze wilden dat al heel lang en het leek ons niet goed om die wens in de weg te staan.
We hebben er lang naartoe geleefd. De verhuizing is zelfs een jaar uitgesteld, maar gisteren werd een verzameling van dertien jaar speelgoed, kleding en andere spullen door Tristan met zijn vader opgehaald.
Eline moest de afgelopen weken veel huilen. Twee dagen voor de verhuizing werd ze zelfs ziek: vocht achter het oor, waardoor ze een evenwichtsstoring kreeg. Ik kon er alleen maar iets symbolisch in zien; er moet een nieuwe balans worden gezocht.
Ik zag de verhuizing aanvankelijk vrij zakelijk: jammer dat hij gaat, maar hij wil het graag en hij kan zijn puberteit lekker met zijn vader uitvogelen. Ik begon me al te storen aan zijn groeiende onverschilligheid. Eline: ‘dat is een manier om afstand te nemen van zijn leven hier’. Ik: ‘dat is vergoelijkende moederretoriek, hij begint gewoon te puberen’.
Waarschijnlijk is beide waar.
Maar gisteren was dus het uur van de waarheid: Tristan kwam samen met zijn vader zijn broertje terugbrengen na het papaweekend en ging daarna weer weg. Ze waren nog niet vertrokken of Mathijs barstte in snikken uit. Eline idem dito. Zusje Bente stond er een beetje onwennig naar te kijken.
We hebben elkaar allemaal even vastgehouden.
Toen moest het leven door: tassen uitpakken, voorlezen, naar bed. Alleen Jeltje, onze poes, liep nog onwennig mauwend door de lege kinderkamer.
Het was 1 april. Maar niet erg grappig.
vrijdag 20 januari 2012
Lijnen door de tijd
‘Het was leuk, maar het duurde te kort’, zei iemand toen slechts een select groepje achterblijvers rond twaalf uur de avond evalueerde. Hoewel de spreker vond dat wij meer tijd voor de reünie uit hadden moeten trekken, zakte ik met een tevreden gevoel in mijn stoel. We waren zes uur verder. Leuke dingen moeten lang duren, maar als ze te lang duren, zijn ze niet meer leuk.
Het was geweldig om iedereen weer te zien. Twintig jaar voorbij en toch leek het alsof we zojuist nog samen een roze koek hadden gegeten in de kantine. Docent Van Haperen leefde voort als de leraar die ons had vermaakt met de ontploffing van een opstelling reageerbuizen en erlenmeyers. Mevrouw Slingerland was opnieuw het centrum van hilariteit nu tafels – die ondertussen allang roemloos op een onbekende vuilnisbelt liggen te beschimmelen - in de herhaling opnieuw met pindakaas werden beplamuurd.
De prille liefde voor een klasgenote die een tafel verder nietsvermoedend zat te keuvelen met andere oud-klasgenoten werd door een buurman uit de mottenballen gehaald. De eerste roemrijke dronkenschap tijdens een schoolreis - die door vele onopgemerkte bacchanalen zou worden gevolgd – werd opgediept uit het collectieve geheugen.
Wij voelden ons ingebed in een gezamenlijk verleden. Terwijl de tijd ruw en onvoorspelbaar voortschreed, herleefde een veilige, afgebakende periode waaraan nooit meer iets kon veranderen. Alles zou daar voor altijd het zelfde blijven. Iedereen was ondertussen iemand anders, maar die gedeelde voltooid verleden tijd lag daar ingebed in de diepe kleilagen van ons bewustzijn.
Ok, het is waar: het duurde te kort.
zondag 1 januari 2012
37
puberteit: eindelijk over!
Een feestje waard,
maar dat past niet meer.
Rust, reinheid, regelmaat:
ik kom tot dingen!
... ik werk en fiets
met kinderen op-en-neer.
Net maakte mijn hart een hupje.
'Mijn God, is er iets mis?!'
Ik zag alleen een heerlijk meisje...
Als dat de midlife crisis maar niet is!
maandag 21 november 2011
Ik moet helemaal niks!
Heb ik ook wel eens zin in.
Hoeveel mailtjes ontvang ik niet waarop men antwoord verwacht? Hoeveel ‘belangrijke’ informatie stapelt zich niet op in mijn postvak? Dingen die ik móét lezen en waar ik op móét reageren…
Ik denk wel eens: als ik al zo veel moet, hoeveel moet de directeur dan, hoeveel moeten ministers en hoeveel moeten presidenten? Komen die mensen überhaupt nog aan iets zinnigs toe als ze zo veel moeten? Is er nog ruimte om iets te willen?
Al dat moeten, is niet goed. Daar ben ik van overtuigd; er zou minder moeten worden gemoeten. We worden er willoze radertjes van. Verleren het om zelf na te denken. Komen niet meer aan dingen toe die écht nodig zijn.
Kijk maar om je heen.
Die oud-collega die zijn postvak leegstortte, zette me echt aan het denken. Vooral wat hij erbij zei: “Ik heb er nooit problemen mee gehad; helemaal zero. Er zat niks belangrijks tussen; niemand zei ooit dat ik iets had gemist!”
maandag 8 augustus 2011
Alc.h.l
Mijn kameraad was erg begaan met zijn lot en luisterde aandachtig. Ik vond de sarcastische wijze waarop de mislukkingen werden geëtaleerd vooral amusant. Maar dat ik op een bepaald moment in lachen uitbarstte, ging waarschijnlijk te ver. Mijn vriend keek me een beetje verwijtend aan. Ik kon er niks aan doen. Het kwam door de tekst op het T-shirt van de man:
Veenendaal
“Wie was dat, Rick?” vroeg ik.
“Een vriend. Een Grieks Orthodoxe Jood uit Albanië.” antwoordde Rick.
“Belde hij uit Griekenland, Israël of Albanië?” wilde ik weten.
Rick: “Uit Veenendaal.”

