woensdag 23 juni 2010

bolletjes slikken


Hoe die pot verf naast mijn bed was terecht gekomen; ik wist het niet. Als ik het geweten had, dan had ik ‘em waarschijnlijk ook niet omgestoten. Vervelender was dat de verf zich aan de zwaartekracht onttrok en zich in bolletjes door de lucht verspreidde.

Ik sprong op en rukte het dakraam open in de hoop dat de bolletjes zo zouden verdwijnen. In lichte paniek besloot ik de slaapkamer maar helemaal te verlaten; verf inademen kan nooit bevorderlijk zijn voor de gezondheid. Ik trok de deur achter me dicht. Godzijdank, veilig.

Shit. Eline ligt nog in de slaapkamer. Die ligt daar nu verf in te ademen. Ik moet haar waarschuwen! Maar Eline houdt er niet van als ik haar ’s nachts wakker maak. Die wordt daar retesacherijnig van. Maar in deze situatie?!

Wacht eens even… bolletjes verf die door de kamer zweven… zweven er wel bolletjes verf door de kamer?

Nee, natuurlijk zweven er geen bolletjes verf door de kamer. Zelfs niet één. Ik liet Eline lekker slapen en ging maar weer naar bed.

Groene vingers


Eline en ik wisten het eigenlijk allebei al wel: een olijfboom kan best tegen een beetje vorst, maar deze megawinter... Toch bleven we tegen beter weten in iedere keer weer kijken of onze boom al tekenen van leven vertoonde. 
Maart: niks. April: nog niks. Mei: nog steeds niks. Het was duidelijk: onze boom was gaan hemelen. Een treurige stemming maakte zich van ons meester. Het was mijn verjaardagscadeau voor Eline, samen met vrienden en familie bijeengespaard. Het was de bedoeling dat 'ie ons zou overleven.
De krant bericht wel eens van vrijgezelle mannen die jarenlang met hun 
overleden moeder in huis blijven wonen. Ze hebben een bestaan met stank en vliegen verkozen boven een nog hardere realiteit. Zo lieten wij onze boom staan. Tegen beter weten in.
Net zoals ongetwijfeld zo'n vrijgezel wel eens naar zijn vergeelde, perkamenten moeder zit te kijken, zo stond ik laatst weer te talmen bij het boompje. Mijn blik dwaalde over de dorre twijgen en opeens... Opeens zag ik groen! 
Het uiteinde van een tak was blaadjes gaan vormen. Kleine, groene blaadjes. Een paar vingers van deze doodgevroren gewaande boom waren gaan tintelen! Er was nog leven! Er is nog hoop! Wie beschrijft de vreugde die ik in me op voelde wellen... 'Eline, kijk!!!'
Het is nog te vroeg om al te verregaande conclusies te trekken. We weten nog helemaal niet of deze boom verder uit zijn coma ontwaakt. Of de sapstromen overal op gang zullen komen, is nog maar zeer de vraag. Een ding weten we wel: volgende winter staat hij binnen.

zaterdag 12 juni 2010

Magisch stil op straat
Laag licht
de kade
hoge herenhuizen
meer dan een façade
Een merel fluit
Illustere wolkenluchten
Een auto rijdt voorbij
Ik hoor mezelf zuchten

maandag 29 maart 2010

Links houden

Tot de verkiezingen heb ik mijn blogactiviteiten naar onderstaande locatie verplaatst:

linkshouden.blogspot.com

dinsdag 16 maart 2010

Een kluizenaar met TBS

‘Meneer, ik wil kluizenaar worden’, zei Karim. Ik vond het vreemd voor een nieuwe Nederlander van achttien jaar. Zijn klasgenoten moesten er ook een beetje om grinniken. Ik zag al voor me hoe bling-bling-Karim zat te mediteren ergens in een aftands hutje in het Ketamagebergte...

‘Ik vraag me af of ik je goed begrijp, Karim’, antwoordde ik, ‘dus jij gaat je spreekbeurt over het kluizenaarsbestaan houden?’. Zijn antwoord luidde bevestigend. Ik had het gevoel dat ik bij de veter genomen werd. Laatst verkondigde hij nog dat hij een loopbaan als gangster ambieerde. Wacht eens even… ‘Karim, wat bedoel je met een kluizenaar?’

‘Nou, weet je, met maskers op, weet je, gewapend een bank binnenrennen en dan met springstof: boem. Je weet wel: een kluizenaar.’

Ok. Ik begreep het. Ik vroeg hem zijn beroepskeuze toch nog eens te heroverwegen en ging maar bij wat andere leerlingen kijken.

Gisteren moest Karim zijn spreekbeurt doen. Ik was erg benieuwd wat er uiteindelijk terecht was gekomen van zijn presentatie. Ik had hem al een tijd niet meer gezien. ‘Karim komt niet, hoor’, zei Errol toen ik vertelde wie die dag aan de beurt zouden zijn. ‘Hoezo komt Karim niet?’ ‘Karim heeft TBS’, antwoordde Errol. ‘TBS? Je bedoelt dat hij vastzit, misschien?’ Errol zei: ‘Ja, hij heeft TBS.’

Er ontspon zich een klein gesprek met een andere leerling die beweerde dat hij Karim vorige week nog had gezien, maar Errol bleef bij zijn TBS-verhaal. Feit was dat Karim niet op kwam dagen. Misschien was dat kluizenaarsverhaal toch serieuzer dan ik had gedacht… Of misschien had Karim TBC… Misschien zat hij echt vast, maar TBS ging me toch wat ver…

zaterdag 6 maart 2010

plaatsmaken

Op de dag dat ik mijn vriendin leerde kennen, zette ik een punt achter een affaire met een leuk meisje. Het stoorde me dat ik haar niks meer te vertellen had, maar wel steeds bij haar in bed kroop. Dat voelde wel lekker, maar niet goed. Voor alle duidelijkheid: ik stopte niet omdat ik die dag mijn vriendin zou ontmoeten. Dat wist ik immers nog niet. Maar een halve dag na mijn besluit was ze daar opeens: mijn vriendin. Nu, bijna drie jaar verder, heb ik mijn huur opgezegd en ben met haar gaan samenwonen.

Een paar dagen geleden liep ik voor een laatste inspectie door mijn oude woning. Er lag een briefje op de mat. Het was van het leuke meisje van drie jaar terug dat niet mijn vriendin is geworden. Ik had haar sinds die ene dag nog wel eens gezien, maar nooit meer echt gesproken.

Of ik haar even terug wilde bellen. Ze wilde wat weten over de buurt. Ze wilde in mijn oude huisje gaan wonen: ‘Ik zag het in de woonkrant staan. Pas toen ik de straat inliep, realiseerde ik me dat jij daar woonde.’