vrijdag 15 oktober 2010

Vakantie

Pauze. Met enige kracht sloeg ik mijn lege koffiebekertje in een ander koffiebekertje, dat … helaas … nog niet leeg was.

Het zat niet zo mee vandaag. Gisteren kon ik de hele wereld aan; blij met mijn baan, blij met Eline, blij met mezelf… Maar vandaag was ik al moe voor de dag was begonnen.

De leerlingen waren uitermate luidruchtig –niet ongebruikelijk voor de vakantie- en halverwege de dag was de afstandsbediening van de beamer weg. Ik denk dat ik weet welke leerling hem meegenomen heeft, maar bewijzen kan ik niets… In ieder geval moest ik het de laatste lessen zonder visuele ondersteuning doen. Nog meer praten, dus. Voor steeds drukkere groepen…

Even later in de trein; eindelijk rust. Even het nieuws bekijken. Net m’n telefoon getrokken, komt de conductrice binnen: kaartjes alstublieft… Ik voelde een enorme ergernis opwellen en moest mezelf bedwingen om niet te roepen: ‘Mens, laat me in godesnaam met rust!!!’

Ja, het is tijd voor vakantie.

donderdag 7 oktober 2010

Demoniseren

Een emotie die je onderdrukt, wordt demonisch. Dat beweert althans Carl Jung; wij moeten ons aanpassen om samen te kunnen leven in deze wereld. Dat vereist soms dat we onze werkelijke, individuele emoties tekort doen. Die emoties laten zich alleen niet onderdrukken. Een tijdje misschien. Maar dan keren ze terug in ons leven op een manier die onze alledaagse pais en vree rottig verstoort.

Sinds ik samenwoon met mijn vriendin en haar kinderen, kom ik de demonen in mezelf nogal eens tegen. Een woede-uitbarsting hier, een slapeloze nacht daar, de onbedwingbare behoefte om iets af te dwingen... en opeens zie ik weer dat jongetje voor me die in machteloze woede een stoel door de klas gooide en daar enorm voor op z’n flikker kreeg… het jongetje dat lag te huilen in de kledingkast en zich niet zo vreselijk aan moest stellen… het jongetje dat een pak op z’n donder kreeg, omdat hij ruzie met z’n zusje zocht…

Dat jongetje wist dat die woede, dat verdriet en die ergernis er niet mochten zijn. Dat jongetje was ik! En ik ben er best wel aardig in geslaagd die gevoelens te maskeren. Ik dacht zelfs dat ze weg waren!

Maar dat had ik toch niet helemaal goed gedacht. Ik ben een volwassen vent en ik heb een maand geleden een gat in een deur geslagen. Om de kinderen mijn slechte voorbeeld te onthouden, heb ik het gat snel met een lieftallige poster van Mucha gecamoufleerd. Maar ik weet wel beter… mijn emoties leven nog. Mijn verdriet, teleurstelling en boosheid zitten daar nog ergens en ik weet dat het geen zin heeft ze de kop in te drukken. Ze moeten uitrazen en uithuilen.

Ik moest door het gedoe met Wilders weer eens denken aan Janmaat. Die racist uit de tijd dat racisme niet mocht. Ik zag hem in gedachten weer voor me. Met zijn vettige haar en die mond met altijd net iets te veel speeksel. Ik zag weer hoe hij werd bekogeld met tomaten. Hoe hij in elkaar werd gemept vanwege zijn mening… Zo’n mening wilden wij niet. Zo’n mening mocht niet. Zo’n mening hoorde in ons land niet thuis. En Godzijdank ging Janmaat dood.

Maar nu is hij terug. XL. Dit keer met een droge mond en een blonde kuif. En ik begin langzaam te beseffen dat het geen zin heeft om hem weer terug te duwen.

zondag 3 oktober 2010

Feestje

Met een blik alsof we er wel iets te zoeken hadden, struinden Rick en ik de Rijnhal in. Vriendelijk knikte ik naar de bewaking en ik groette het garderobepersoneel. Niemand die ons tegenhield. Niemand die iets vroeg. Rick stootte mij aan met een voldane grijns. 'Dit is historisch, jongen. En wij zijn erbij! Waar is Nico eigenlijk?'

Ja, waar was Nico? Bij de ingang liep hij nog achter ons. Terwijl wij neerstreken op de tribune ging de telefoon. Nico had de bewaking niet om de tuin kunnen leiden: 'Blijven jullie maar binnen, zoiets maak je nooit meer mee!'

Aanvankelijk voelde ik me een ongepaste indringer op dit CDA-congres. Alsof ik bij een vreemd echtpaar in de kledingkast zat terwijl zij naakt in de sponde lagen te ruziën. Maar dat gevoel maakte al snel plaats voor een gevoel van 'wat kan ons nou gebeuren?!'

De sfeer was voelbaar geladen. Voor- en tegenstanders zaten zij aan zij. Bij de microfoons in de zaal werden emotionele oproepen gedaan. Meer tegen regeringsdeelname dan voor. De voorstanders kregen weliswaar een luider applaus, maar verder hield men zich op onze tribune redelijk op de vlakte. In deze partij was men duidelijk niet gewend het openlijk met elkaar oneens te zijn.

Ricks houding wekte dan ook alom bevreemding. Na vurige pleidooien van tegenstanders sprong hij uitzinnig klappend op, soms als een lid van het lagerhuis luid roepend: 'hear, hear!' dan weer uitzinnig als dominee van een Afro-Amerikaanse baptistengemeente: 'halleluja!!!' Sommigen moesten er om lachen. Een man achter Rick zei: 'jij durft tenminste voor je mening op te komen!' Twee dames voor hem stonden na een paar geërgerde blikken op en vertrokken. Ook anderen wierpen scheve blikken. Maar Rick hield stand.

Eén keer maande ik mijn mede-demonstrant benepen tot wat minder uitzinnigheid, maar daar was hij niet van gediend: "Jíj zei dat we gingen demonstreren! Kom op man!'' En hij had natuurlijk gelijk, we waren hier niet voor niets. We spraken die middag nog met wethouders, burgemeesters en andere actieve CDA’ers en staken onze hartstochtelijke afschuw over deze onchristelijke samenwerking met Wilders niet onder stoelen of banken.

'Zijn jullie eigenlijk wel CDA-lid?' werd ons een paar keer gevraagd. Ik was blij dat ik het niet was. Het was een veilige plek voor ons. Wij dreigden onze partij niet kwijt te raken. Wij waren van meet af aan al ‘dissidenten’. Het was een voorrecht om erbij te zijn. Het was een prachtig, boeiend drama dat zich voor onze ogen voltrok. Maar voor heel veel aangedane mensen was het meer dan dat. Velen waren al sinds de oprichting lid van het CDA. Dat maakte het toch wat wrang. Onze aanwezigheid voelde daardoor uiteindelijk voor mij toch wat ongepast.

Maar het kon ongepaster; Maxime Verhagen noemde de bijeenkomst direct na de stemming een ‘feest’.

dinsdag 24 augustus 2010

Schat


Als een oorlogsvluchteling zeulde ik het fietskarretje met het bed langs de wegkant voort. Tot overmaat van ramp begon de lading te schuiven en belandde het met een knal op straat. Voorbijgangers keken me meewarig aan.
‘Antiek bed om gratis mee te nemen’. Ik had het niet kunnen laten. Een schattig twijfelaartje. Een vrouw met een getaand gezicht en een ietwat doorrookte stem was naar buiten gekomen en had verteld dat het ding altijd onaangeroerd op zolder had gestaan.
Even later was ik teruggekomen met het fietskarretje. Bente had me geholpen het gevaarte op het karretje te hijsen. Zwaarder dan gedacht. ‘Doe je voorzichtig, schat?’ Had de geblondeerde dame met de doorrookte stem tegen haar gezegd. Bente had zwijgend geknikt.
‘Ik zou het liever zelf doen, schat. Maar ik heb het aan m’n rug’, had de dame toegelicht. Daarna verderratelend over de vermoedelijke herkomst van het bed en hoe zonde het was om weg te doen…
Ik was nog geen vijfentwintig meter op weg toen het hele gedemonteerde zwikkie dus op straat kwakte.  Zonder iets te zeggen begon Bente te helpen de planken er weer op te leggen, maar ik besefte dat het in twee etappes moest.
Twee keer liepen we de paar kilometer. Ik verloor mezelf nog in gevloek toen de zaak toch weer begon te schuiven. Maar Bente schoof het terug. Uiteindelijk stond het bed in de schuur. Een mooi bedje. Maar wat moest ik er eigenlijk mee? De fietsen konden er nauwelijks meer bij. Eline zou er waarschijnlijk niet erg gelukkig mee zijn…
‘Gaan we nog een keer bij die mevrouw langs?’ vroeg Bente. ‘Waarom?’ vroeg ik. ‘Nou, ze had zo veel te vertellen en ze zei de hele tijd ‘schat’ tegen me.’
Verdomd! Die mevrouw heeft gelijk!
 P.s: wie zoekt er nog een lief twijfelaartje? (ik heb het niet over mezelf)

maandag 16 augustus 2010

Komen twee kikkers in een pizzeria...

Het is geen grap: er stond een kom met kikkers op het aquarium. Echt waar, kikkers. In een biologisch onderzoekscentrum zou een kom met amfibieën niet misstaan. Op een kinderkamer kan ik het me ook nog wel voorstellen: ‘mam, pap, we hebben kikkers gevangen… mogen ze een nachtje op m’n kamer…? Zoiets…’

Maar wij zaten in een pizzeria! In de Belgische Ardennen, dat dan weer wel… Het leek me leuk om naast het aquarium te gaan zitten, maar nu ik de kleine kom met troebel water en kikkers had ontdekt, wilde ik liever verkassen. Ik wist niet of ik het treurig vond of vies…

Bij nader inzien hadden de vissen het ook niet best. Een paar kolossale zuigvissen konden hun kont nauwelijks keren en een grote bejaarde maanvis-achtige staarde ons wezenloos met een versteende glimlach aan.

In ons land beperken de verrassingen in een pizzeria zich meestal tot de onverwacht lompe bediening of de smerige pizza. Dit soort surrealisme kom je volgens mij alleen in België tegen. Prachtig… en verdrietig.

Het was niet een erg schoon restaurant, maar de pizza’s smaakten boven verwachting goed en de bediening was vriendelijk. Men vond het ook niet bezwaarlijk dat wij al na vijf minuten een andere zitplaats kozen.

Maar toch... Af en toe denk ik nog aan de kikkers. Waarom zaten ze daar? Wat deden die kikkers in die pizzeria?

Het waren er drie. Eentje was van plastic.

woensdag 4 augustus 2010

rimpeleffect

'Ga uitgerust op weg' adviseerde de overheid met borden langs de weg. Dat advies kwam voor mij te laat. Ik had slecht geslapen en was onderweg om twee jongetjes naar hun zomerkamp in de Ardennen te brengen. Eigenlijk ging het heel goed; de jongetjes begonnen pas in België ruzie met hun zusje te maken en we vonden de weg naar het prachtige kamp zonder problemen.

Maar toen moesten we nog terug. Toen ik bij het tankstation de verkeerde benzine had getankt, het dopje van de tank vergat te sluiten en daarna op de startmotor wegreed omdat de auto nog in de versnelling stond toen ik de sleutel omdraaide... toen begon ik de adviezen langs de weg te begrijpen.

'Neem ook maar een blikje red bull mee' riep ik mijn vriendin na, die wegliep om af te rekenen. Ja, donders, ik was moe. Ondanks de koffie die ik die dag in royale mate had gedronken. En we waren pas bij Maastricht!

Even de benen strekken, wat eten en toch nog maar een espresso'tje... Ik moest nog zeker twee uur karren. Bij het volgende tankstation ook maar een blikje cola gehaald...

En toch, godzijdank; we kwamen veilig thuis. De auto weggebracht. Nog even m'n mail checken. En toen, eindelijk naar bed!

Maar ik kon niet slapen. Mijn benen bleven niet stilliggen en alles kriebelde. Hoe kon dat nou? Koffie, espresso, red bull, cola... ook vannacht sliep ik dus slecht.

Zo had de eerste slechte nacht de tweede slechte nacht veroorzaakt, als de rimpels van een steen in het water. Het rimpeleffect wordt zo'n oorzaak-gevolgrelatie genoemd.

Toen ik vanochtend in de spiegel keek, kreeg het rimpeleffect voor mij nog een tweede betekenis.

maandag 2 augustus 2010

ongezocht vinden

De laatste tijd vind ik niet meer zo veel ongezocht. Ik woon nu vijf maanden samen met een vrouw en drie kinderen en dan word je zelf gezocht en gevonden. Door de kinderen en door mijn vriendin. Ze zoeken me met vragen als: mag ik dit? Mag ik dat? Wil jij even zus? Wil jij even zo? Tussendoor zijn er natuurlijk momenten dat niemand me zoekt en vindt, maar dan heb ik nog geen tijd om ongezocht te vinden. Dan moet ik me afsluiten om zelf te zoeken en te vinden. Antwoorden op vragen. Wat doe ik eraan dat zij steeds zo aan het schelden is? Waarom pakt hij steeds spullen van haar af? Waarom kijkt hij de laatste tijd zo sacherijnig? Waarom wordt er zoveel aan me gevraagd? Wat moet ik doen om weer ongezocht te kunnen vinden?