maandag 7 december 2009

Zum kotzen

Een geweldig idee van Rick om mij mee te nemen naar een vriend in Keulen. We hadden een fantastische nacht in de metropool aan de Rijn. De dag erna op het domplein had ik aanmerkelijk minder plezier. De atmosfeer drukte zwaar op mijn schedeldak en ik moest er alles aan doen om mijn maag over te halen zich aan de wetten van de zwaartekracht te houden. Ik werd al een paar uur achtervolgd door een hinderlijke kater.

De vreemde act die een koddige Afrikaan voor mijn neus uitvoerde, maakte het allemaal niet gemakkelijker. Onder het oog van een toegestroomde menigte Weihnachtsmarktbezoekers zette hij een anderhalveliterfles water aan zijn mond en begon te lurken. Hij stopte niet voor de laatste druppel in zijn keelgat was verdwenen. De man grijnsde clownesk naar het publiek en spoog een straaltje tussen zijn tanden op het domplein. Nogmaals spoog hij en nog eens en alras veranderde hij in een soort wandelende fontein.

Hoewel deze Afrikaan het braken tot een nobele kunst had verheven, nam mijn gevoel van welbehagen er niet door toe. Iets te eten zou me wellicht goed doen.

Onze Duitse gastheer nam ons mee naar het Brauhaus ‘Früh’ vlak naast de Dom. Tot mijn verbazing was het immense pand van kelder tot zolder gevuld met bierdrinkend volk. Het was pas half twee! Was dit wel de juiste plek om me van mijn kater te ontdoen?

De ober meldde zich weldra aan onze tafel. ‘Was soll es sein, Jungs? Drei Kölsch?’ Ofschoon we iets in de orde van Mineralwasser en Orangensaft bestelden, leek de ober iets heel anders te verstaan. ‘Also, drei Kölsch!’ bevestige hij onze niet gedane bestelling en beende weg. Rick reageerde verontwaardigd. Onze Duitse vriend haalde zijn schouders op en legde zich bij het lot neer. Ik besloot hetzelfde te doen. Dit leek me het moment om de mythe te verifiëren dat alcohol de beste remedie is tegen een kater.

Het bier bleek inderdaad een redelijk heilzame werking te hebben, dat wil zeggen: mijn kater nam langzaam in hevigheid af. Mythe bevestigd dus? Nee, dat niet. Even later op het toilet zag ik vlak bij de deur een plasbak die op borsthoogte hing. Vreemd. Er zaten twee handvatten naast. Raar. Terwijl ik het fenomeen wat beter in mij opnam, begon ik het langzaam te begrijpen... Deze bak is er voor mensen bij wie meer drinken niet helpt tegen een kater.

zondag 6 december 2009

Nulpuntenergie

Laat ik hem voor z’n eigen veiligheid maar even ‘Achmed’ noemen. “ Hé Achmed!’’ riep ik terwijl ik de Spijkerlaan overstak. Met zijn gebruikelijke enthousiasme beantwoordde hij mijn begroeting: ‘’Hé Gijs, joh, hoe gaat het, joh? Er ontspon zich een klein gesprek dat al binnen een minuut een vrij absurde wending nam. Wie Achmed kent, die weet dat een gesprek met hem per definitie uitloopt op een surrealistische ervaring.

Zodra hij begint te praten heb je bijvoorbeeld het gevoel dat je naar een heel vreemd nagesynchroniseerde film zit te kijken; je ziet een oer-Turk, maar uit zijn mond komt onvervalst Haags. Daar komt bij dat Achmed er afwijkende esotherische ideeën opnahoudt en gelooft in een buitenaardse samenzwering tegen de mensheid.

Maar goed, ook dit gesprek nam dus een absurde wending... We stonden naast zijn autootje en ik wierp tijdens ons praatje terloops een blik door het voorste portier. Op de plek waar zich normaalgesproken de bijrijdersstoel bevindt, zag ik een mij volstrekt onbekend roestvrijstalen apparaat staan vastgeschroefd. Uit het geval staken een aantal slangen die ergens onder het dashboardkastje verdwenen.

‘’Wat in hemelsnaam is dat, Achmed?!!’ vroeg ik, op het apparaat wijzend.

‘’Niet zo wijzen joh, niet zo wijzen!’’ maande Achmed me opeens schrikachtig tot onopvallend gedrag. ‘’Straks denken ze nog dat ik één of andere terrorist ben, joh!’’

Na enig aandringen begon hij op gedempte toon een verhaal over ‘vrije energie’, dat dit een prototype was waaraan hij werkte, maar dat zijn auto niettemin al één op dertig reed.

Ik had geen haast dus vroeg of hij zin had in een kop koffie. We verplaatsten ons naar een café in de buurt. Daar ging het onwaarschijnlijke verhaal verder. Het was te gecompliceerd voor hem om precies uit te leggen hoe het werkte, maar binnenkort zou zijn auto helemaal geen benzine meer nodig hebben. ‘’Het heeft met ‘nulpuntenergie’ te maken’’, legde hij uit. ‘’Een soort ‘vrouwelijke’ energie. Niet zoals onze gebruikelijke verbrandingsmotor gebaseerd op explosies en vernietiging, maar op een soort magnetisme. Moet je thuis maar eens googelen...’’

De voltooiing van het apparaat zou de wereld veranderen. Maar hij en de groep paragnosten waarmee hij werkte, moesten wel oppassen, want er zijn boze krachten die hen proberen tegen te werken. ‘’Het is levensgevaarlijk wat ik doe. Misschien maar beter als je er niet te veel van weet... De gevestigde orde is niet gebaat bij vrije energie...’’

Ons onderhoud duurde hooguit een kwartier. Hij moest weer naar zijn werk en ik wilde naar huis. Het was te vreemd om waar te zijn. Maar anderzijds ook te waar om vreemd te zijn: ik heb dat apparaat toch echt gezien! Of hij is goed, of hij is gek. Laat ik hem voor zijn eigen veiligheid maar Achmed blijven noemen...

dinsdag 3 november 2009

Scherven brengen geluk



Dat een graffitispuitende jongen vorige week in Rotterdam door een aanstormende metro werd gegrepen, leek me een disproportionele straf. Neen, daar kon ik de rechtvaardige hand van Onze Lieve Heer niet in zien. Rotterdam is niet direct de meest frivole stad van Nederland. Dat zo’n jongen er ’s nachts opuit trekt om al dat beton een kleurtje te geven... nou, daar ben ik het niet mee eens, maar ik begrijp het wel. Dat krijg je ervan als je steden zo kaal en tijdelijk maakt dat de geest er geen grip meer op krijgt. Dan laten mensen een eigen visueel geurmerk achter. Bakent men het territorium af: ‘dit is mijn buurt; kijk maar...’

Vanmiddag wandelde ik via een gemoedelijk Utrechts wijkje naar het Centraal Station. Het leek me zo’n buurt waar de bewoners zich wél mee verbonden voelen. Ik voelde me er in ieder geval thuis. Er was maar weinig graffiti. Wel zag ik plompe plastic plantenbakken. De gemeente vond schijnbaar dat iedere wijk recht heeft op z’n eigen stukje lelijkheid. Niet iedereen in deze straat had zich daarbij neergelegd. Eén van de potten was bekleed met de restanten van een flinke echtelijke ruzie. Het bonte mozaiek van stukjes servies resoneerde nog een tijdje op mijn netvlies. Het leek me geen werkje dat tussen neus en lippen was verricht. Zouden ze er eigenlijk gedonder mee hebben gehad? Zou een kunstzinnige huismoeder nu bij wijze van taakstraf bushokjes staan schoon te spuiten? Ik zou het lullige Nederbureaucratie vinden. Maar het is minder cru dan een metro.

zondag 18 oktober 2009

Soap of crimi?

Ik ben nooit een fan geweest van soaps: eendimensionale karakters, cliffhangers, de simplificatie van de wereld in goed en kwaad… ik vind het allemaal te gemakkelijk. Maar wanneer actualiteiten soapproporties beginnen aan te nemen, zit ik op de eerste rij.

Zo heb ik de afgelopen weken verbijsterd gezien hoe een heel slecht script zich ontvouwde tot werkelijkheid: ‘charmante voetbalmagnaat blijkt spin in web van list en bedrog.’ Iedere aflevering werd het spannender:

Aflevering 1: duizenden onschuldige burgers blijken het slachtoffer van een geslepen bankier.
Aflevering 2: een held staat op en roept op om tegen het kwaad ten strijde te trekken.
Aflevering 3: de held wordt zelf tot boef uitgeroepen en de boef wordt even de held.
Aflevering 4: ex-ministers blijken hoofdrolspelers in deze malafide praktijken…
Aflevering 5: de Nederlandse Bank heeft er ook iets mee te maken….
Aflevering 6: de boef kan misschien nog gered worden…

De realiteit is een soap geworden, maar helaas blijft het de realiteit. Daarom hoop ik van ganser harte dat deze werkelijkheid op een bepaald moment gaat afwijken van de soapwetten. In soaps is schurken namelijk altijd een tweede leven gegund; ze duiken na een tijdje gewoon weer op om de andere personages te kwellen met hun achterbakse eigenschappen.

Wat dat betreft vestig ik mijn hoop toch meer op het verloop van een moralistische, Amerikaanse gangsterfilm waar de witte-boorden-crimineel uiteindelijk aan het kortste eind trekt. Zo’n simpel karakter ben ik dus. ‘…and justice shall be done’. Daar houd ik van.

Scheringa, Zalm, Nijpels, Van Linschoten wil ik gewoon nooit meer terugzien in een aflevering van ‘The Bank’. Hooguit nog één keer: met een houweel in hun knuisten, onderling verbonden door een stevige ketting en met een zware, stalen bal aan hun voeten.

Ergens bekruipt mij alleen het nare gevoel dat de realiteit waarschijnlijk meer op een soap lijkt dan op een Amerikaanse gangsterfilm: de rijke klootzakken blijven lekker in hun villa’s zitten en de arme sukkels worden hun huis uitgetrapt. Telkens weer.

zondag 11 oktober 2009

Ergens brood in zien

Deze dief betrapte ík deze zomer op heterdaad.

vrijdag 9 oktober 2009

Onopgehelderde mysteries (2)

Er klonk een harde tik alsof er een stuk dakpan viel. Gealarmeerd wendde ik mijn hoofd en zag aan de overkant van de straat een vrouw met een hondje. Ze keek verschrikt naar boven. Er was inderdaad iets gevallen en het had haar schedeldak op een haar na geraakt!!!

Op het overstekende dak van het provinciehuis zaten drie kraaien naarbeneden te turen. Het was duidelijk dat zij verantwoordelijk waren voor het projectiel.

Mevrouw keek om zich heen. Of er getuigen waren waarschijnlijk. Altijd een goede reflex, voor als je later aangifte wil doen. Ze zag mij en riep verbouwereerd:

‘’Een mossel! Ze gooiden een mossel naarbeneden!”

Nu ken ik uit het nieuws pubers die stenen van viaducten gooien, maar dat opgeschoten kraaien ook een bedreiging konden vormen, daarbij had ik nooit stilgestaan. Afgezien van het voorbijzoevende verkeer, de dame en ik was er niemand in de buurt. Had het projectiel niet op een ander moment gegooid kunnen worden?! Moest dat nou zo vlak bij die mevrouw?

De kraaien wachtten niet af wat komen zou en krasten krassend op. Ze bekommerden zich niet meer om het zojuist geworpen schaaldier. De vogels waren gevlogen.

Ik riep iets van een gelukwens, de dame prevelde een afscheidsgroet en ook wij vervolgden onze separate wegen. Het kan haast niet anders of we pijnigden daarbij wel onze beider breinen met dezelfde, surreële vraag:

wilden die beesten nou een mossel of een schedel kraken?!

dinsdag 6 oktober 2009

Kindercondooms

“Condoom!” Mathijs riep het om onduidelijke redenen luid over de eettafel.

“Condoom!” Riep hij nog eens en lachtte er hard om.

Tristan wilde er nu ook iets over kwijt: ‘’Femke weet dus niet eens wat een condoom is, joh! Dat weet ze gewoon niet!!” Hij stond versteld van zoveel onwetendheid.
En toen, een beetje onzeker: ‘’Een condoom is toch zo’n plastic ding voor over je piemel met een gaatje erin?’’